ZIN, ZEN en ZELFZORG: Het mooiste beroep ter wereld

Melanie Gutteling-van der Heijden is longarts en momenteel in opleiding tot intensivist. We spraken met haar over hoe zij zin, zen en zelfzorg invult in haar werk.

Waarom doe je wat je doet?
Ik wil het verschil maken op cruciale momenten. Op de intensive care kan een interventie het verschil tussen leven of dood betekenen. Als mensen echt ziek zijn, kun je met jouw beslissingen het tij keren. Het mooie van de IC dat je situaties tegenkomt die alles omvatten van het leven.

Naast het medisch handelen gaat het ook om dat ik iets voor de familie kan betekenen als een patiënt erg ziek is of komt te overlijden. Om dan in een moment van wanhoop een beetje rust te brengen door in de familiekamer de rust te nemen er te zijn en iemands hand vast te houden.

Zoals bijvoorbeeld voor een oudere zus van een jonge moeder die kwam te overlijden. Zij moest het verlies van haar zus dragen en ook de verantwoordelijkheid nemen om voor haar kleine nichtje te gaan zorgen. Ik heb er even voor haar kunnen zijn. Voor mij is zo’n dag ook een zware en emotionele dag, maar daar doe ik het ook voor, vanuit compassie werken is mijn drijfveer.

Het leuke van de IC is ook dat het zo dynamisch is. En dat ik nog steeds enorm veel leer. Ik houd van leren! Ik word uitgedaagd om uit mijn comfortzone te gaan. En dat kan goed door de veilige leeromgeving. Vergelijk het met fietsen in de sneeuw. Eerst moet je leren fietsen onder ‘gewone’ omstandigheden. Als je dat kan, kan je ook stapje voor stapje in de sneeuw gaan fietsen. De afgelopen tijd heb ik bijvoorbeeld op de operatiekamer veel anesthesiologische verrichtingen geleerd.

Hoe houd je dit vol?
Praten met collega’s, met mijn man, met vrienden. Dan moet ik even stoom afblazen.  Huilen en erover praten. Soms met peer support. Ik ben zelf ook peersupporter.

Ik mocht mijn supervisor bellen na een heel verdrietig einde aan de dienst onlangs. En dat zo’n supervisor dan ook zegt: Ik zou me pas echt zorgen maken als je dit niet zou raken.

Als ik thuiskom moet ik nog even schakelen na zo’n ervaring. Dat zien ze ook wel als ik binnen kom. Maar als mijn kinderen al mamma roepend naar de deur rennen ben ik het ook wel weer snel kwijt.  

Waar krijg je energie van?
Het team en de collega’s. En het begeleiden van jongere collega’s. Ik vind leren heel leuk en vind het ook mooi dat bij anderen te stimuleren.

Ik krijg energie van mijn gezin. En ik houd heel erg van buiten, buiten en nog eens buiten. Ook met het gezin in de weekenden. De kinderen kunnen gelukkig steeds beter wandelen en onze actieradius wordt groter. Een rondje om het water. Of hardlopen. Het is echt zo mooi. Ooievaars op hun nest, een molen…..

Van dankbaar zijn dat het zo goed met ons gaat, mijn fijne gezin. Dat wij allebei gezond zijn onze vier guppies van 8, 6, 5 en 2 jaar gezond zijn.

Welk advies geef je collega’s om hun werk leuk te houden?
Begin de dag met een positieve intentie. Stel jezelf de vraag…Wat gaat vandaag voor mij een leuke dag maken?

Ik stel mezelf bijvoorbeeld de vraag: “Welke leermomenten ga ik vandaag halen?” Ik vertel mijn supervisor dan waar ik specifiek op wil letten. Het lonkt om steeds te leren.

Auteur: Anouk Bogers

 

Het verband tussen een tefalpan en jouw gezondheid

Geen zorgen, dit is geen reclame voor het bakken in een tefalpan 😉

Maar het is wel van belang voor jouw gezondheid!

Het nieuwe jaar is alweer bijna 3 maanden oud. Het ‘normale’ leven met alle dagelijkse Covid-drukte, vergaderingen, diensten en andere verplichtingen is volledig terug. Je hebt misschien goede voornemens gemaakt in januari en die, zoals gewoonlijk al lang weer losgelaten. Je voelt de stress en vermoeidheid weer volop. Het leven van een zorgverlener is, en zeker door COVID-19 het afgelopen jaar, behoorlijk pittig. En we zien vooral wat er niet goed gaat.

Waarom is dat? Waarom staan de kranten bijvoorbeeld vol met negatieve berichten in plaats van positieve? Wat maakt dat we wakker liggen van een kritische opmerking maar nooit van een compliment? Waarom zien we vooral de afwijzende blik van die ene collega, maar niet de vriendelijke gezichten van de tien anderen tijdens een presentatie of een overdracht?

Bad is stronger than good.

Het negatieve heeft meer impact op ons dan het positieve. Dat wordt ook wel de negativity bias genoemd.

Of zoals Rick Hanson, psycholoog het omschrijft: het negatieve plakt aan ons als klittenband. Het positieve glijdt van ons af als een druppel olie van een tefalpan. Ons brein vertoont meer elektrische activiteit als we iets negatiefs zien of meemaken dan als het iets positiefs is.

Zoals als altijd als er iets in ons brein zo werkt heeft dat op  de een of andere manier een evolutionair voordeel. In dit geval is het voor onze overleving belangrijker gespitst te zijn op gevaar dan op plezier. Het is belangrijker niet gegeten te worden dan te eten. Dus we moeten alerter zijn op de sporen van aanwezigheid van een leeuw dan van die heerlijk zoete bessen. Het helpt om vriendelijk voor elkaar te zijn en samen te werken, maar één boos, verongelijkt persoon kan de hele stam verraden aan een vijandige buur.

Het is een voorbeeld van ons oude brein dat moet functioneren in een nieuwe wereld. Tegenwoordig zijn er veel minder reële, echt levensbedreigende gevaren, maar ons brein scant nog steeds vooral op negatieve zaken.

Dat geldt ook voor hoe we naar onszelf kijken. We zijn geneigd te zien wat we niet goed hebben gedaan, wat we zijn vergeten, wat we hebben gemist. We geven onszelf op onze kop voor een snauw naar onze kinderen, die reep chocola die we niet helemaal op zouden eten en het gesprek met een patiënt dat niet helemaal goed ging.

We onthouden niet wat er allemaal goed ging. Die weduwe die zo blij was met de goede begeleiding van haar man. De lol die je met je kinderen had toen jullie samen gingen dansen. Hoe je helemaal opging in het schaatsen toen dat eindelijk weer eens op natuurijs kon.

Terwijl de focus op het positieve, wat wel goed gaat, wat je wel kan, waar je blij van wordt, je veel beter helpt om je doelen te bereiken dan het omgekeerde. Je zit lekkerder in je vel, je bent gezonder en je kunt beter omgaan met de moeilijkheden die het leven nu eenmaal met zich meebrengt.

Dat heeft te maken met het verschil in effect van negatieve en positieve focus en emoties in ons brein. Negatieve emoties zorgen voor stress en een vernauwde blik. Ons gevaarsysteem gaat aan, we kunnen niet meer zo goed nadenken. Positieve emoties daarentegen zorgen voor kalmte en een een open blik. We zijn in staat helder na te denken, we zien meer mogelijkheden, we kunnen lastige situaties slimmer en sneller oplossen. Dit is de broaden-and-build-theory van Barbara Fredrickson. Omdat het effect van negativiteit zo sterk is moeten we ‘extra’ positiviteit inzetten om het effect te neutraliseren.

Dit principe kunnen we ook inzetten voor de manier waarop we met onszelf omgaan. Onszelf met vriendelijkheid en mildheid, met een positieve houding benaderen, levert veel meer op dan kritiek en negativiteit!

Hoe doe je dat dan?  Een simpele manier om vriendelijker voor jezelf te zijn is je af te vragen: wat zou ik nu tegen een goede vriend of vriendin zeggen die in dezelfde situatie zat?

Succes!

Auteur: Marga Gooren

Waarom stress goed voor je is (maar niet te lang)

Stress is je als zorgverlener niet vreemd. Als je aankomt op je werk puilt je mailbox én je spreekuur al uit. Of de afdeling ligt vol en er moeten patiënten overgeplaatst worden. Tussendoor heb je een spoedgeval dat je hele schema in de war gooit.

Geregeld voel je je onzeker: had ik die mevrouw met pijn op de borst toch niet in moeten sturen? Heeft dat kindje met koorts toch niet stiekem een meningitis? Had ik toch niet wat langer bij die oude man moeten blijven praten?

En als je dan al je administratie hebt afgerond en net op tijd bij de BSO bent aangekomen wacht er thuis nog een oneindig aantal taken. Eten koken, was aanzetten, kinderen naar bed brengen, toch nog even die vriendin bellen, naar partner luisteren, alvast de poli voor morgen voorbereiden, de was er weer uit halen, kind troosten na nachtmerrie enzovoort, enzovoort, enzovoort.

Als zorgverlener heb je misschien wel continu stress.

In deze Covid-periode zijn er nog extra bronnen van stress: raak ik zelf niet besmet? Neem ik het virus niet mee naar huis? Wat gebeurt er met alle mensen van wie de behandeling nu moet worden uitgesteld? Hoe houd ik het vol met al die collega’s die uitvallen?

Nou hebben we ook nog geleerd dat stress slecht is voor de gezondheid. Stress heeft een slechte reputatie. Je krijgt er hart-en vaatziekten van, je immuunfunctie gaat achteruit, je kunt er burn-out of depressief van worden en het tast je hersenen aan.

Help!

Daar zit je dan met zoveel stress in je leven…

Gelukkig werpt Kelly McGonigall een wat genuanceerdere blik op de zaak. Kelly is psycholoog, onderzoeker en docent aan Stanford University. En schrijfster van het boek ‘The upside of stress’.

Er zijn dus verschillende soorten stress.

Goede stress, in de vorm van korte ‘shotjes’ van alledaagse spanning. En de daarop volgende plezierige ontlading: een spreekuur dat op tijd klaar is, een patiënt met een zwelling die goedaardig blijkt te zijn, een lastig gesprek dat goed verliep.

Matige, voorbijgaande stress, die je alert en scherp houdt en je weerstand en weerbaarheid vergroot. Zoals een reanimatie die geslaagd is, een ingewikkelde patiënt met vele symptomen bij wie je toch een diagnose weet te stellen, een klacht over je handelen waar je goed mee om bent gegaan.

Het probleem is natuurlijk de chronische, toxische stress. De sfeer op je werkplek die te snijden is. De hoge werkdruk waardoor je steeds later thuis komt en steeds minder goed kunt ontspannen. Een langslepende tuchtzaak waar je geen controle over hebt. Dat is slecht voor je gezondheid.

Wat is slim om te doen als het gaat om werkstress?

Tip 1: Zorg voor rustmomenten.

Korte stressmomenten zijn geen probleem, maar wel de aanhoudende stress. Zorg dus voor stressvrije periodes. Neem pauze tijdens de werkdag, als is het maar een mini-pauze van een minuut. Prop je weekenden niet overvol, neem tijd om te relaxen. Zorg dat je vakantie ook echt vakantie is.

Tip 2: Wees blij met je stress!

Stress kan ook goed voor je zijn. Kortdurende stress boost je immuunsysteem, zorgt ervoor dat je beter kunt leren (en onthouden), maakt je alerter en zorgt ervoor dat je minder fouten maakt. Het geeft je leven kleur en voorkomt een ‘bore-out’ (burn-out door verveling). De volgende keer dat je stress ervaart, geef het een positieve betekenis. Zie het als een kans in plaats van een bedreiging. Bekijk je snel kloppende hart als een bewijs van energie. Wees blij met je stress! Dat alleen al maakt dat stress minder impact heeft (luister maar naar Kelly).

Tip 3: Zorg voor support.

Het hebben van betekenisvol werk, het hebben van een zekere controle en autonomie en het gevoel dat je dingen onder de knie hebt beschermen tegen chronische stress. En misschien nog wel belangrijker: sociale steun en verbondenheid. Zorg dat je je ei kwijt kunt bij mensen die je vertrouwt: een vriend, een collega, je partner of in een intervisiegroep. Schakel hulptroepen in voor praktische zaken. Je hoeft niet alles zelf te doen! En gun jezelf professionele hulp als dat nodig is.

Auteur: Marga Gooren

Wat is jouw APGAR-score?

Het is al bijna een jaar geleden dat Covid-19 ook ons land in kwam en we zijn er voorlopig nog wel even zoet mee.

Het is belangrijk als zorgverlener om ook goed voor jezelf te zorgen en af en toe even stil te staan bij hoe het met je gaat. Maar hoe pak je dat nou slim aan? Het kan helpen om een ‘format’ te hebben om in te checken bij jezelf.

Deze APGAR-score is een handige tool. We kennen de Apgar-score als een test om snel het welzijn van een pasgeboren baby te kunnen vaststellen. Maar je kunt hem ook voor jezelf gebruiken!

De letters van APGAR staan dan voor:

A= Attitude: Wat is je houding ten opzichte van jezelf? Ben je kritisch op je gedachten, je handelen, je werk als zorgverlener of als ouder? Of ben je vriendelijk en mild ten aanzien van je menselijke kanten?

P= Priorities: Hoe is het met je prioriteiten? Besteed je voldoende tijd aan datgene wat je het meest belangrijk vindt, wat goed voor jou is? Of verlies je dat in de waan van de dag uit het oog?

G= Growth: Heb je tijd en aandacht gehad voor je persoonlijke groei, in welke vorm dan ook? Of ben je vooral met de zorg voor andere mensen bezig geweest?

A= Assistance: Is het je gelukt om hulp te vragen als en waar dat nodig was? Thuis of op het werk? Of heb je in je eentje geworsteld en zoveel mogelijk alles zelf proberen op te lossen?

R= Relationships: Hoe is je relatie met de mensen die je het meest na staan? Je partner, je kinderen, familieleden, vrienden? Heb je samen leuke dingen gedaan? Goede gesprekken gevoerd?  Echt de tijd voor elkaar genomen? Of is dat een beetje in het slop geraakt?

Je score kun je in deze tabel bepalen.

De uitslag

Score 9-10: uitmuntend welzijn.

Score 6-8: er is sprake van enige stress en disbalans. Je puntenverdeling geeft je aanwijzingen met welk onderdeel je aan de slag kunt gaan.

Score 5 of lager: je functioneert op een lager dan gewenst niveau. Het is tijd om actie te nemen en beter voor jezelf te gaan zorgen! Vraag hulp als dat nodig is: bij familie, vrienden, collega’s of bij een professional.

Auteur: Marga Gooren

Taal is cruciaal in tijden van corona

Overheid, media- en social-media berichten spreken veelvuldig over zorgverleners in de frontlinie, die strijden tegen de vijand, het Corona-virus. Zorgverleners voelen zich hier ongemakkelijk bij, want ze doen gewoon hun werk. Bovendien heeft dit taalgebruik een negatief effect op alle burgers.

Wat wordt er zoal gezegd?

Er is een corona-crisis.
Er wordt triage gedaan.
De zorgverleners zijn onze helden waarvoor applaudisseren. 
Door de overheid wordt gesproken in oorlogstaal: er is een onzichtbare vijand die we met zijn allen moeten verslaan door thuis en op anderhalve meter afstand te blijven. 

Het is niet gek dat veel zorgverleners zich hierbij ongemakkelijk voelen. Ze zijn blij met de waardering, maar hadden die ook wel gewild toen er nog geen Corona-crisis was. Daarnaast voelen ze zich geen heldhaftige soldaten, maar gewoon professionals die zo goed mogelijk hun werk doen. Zij het onder ongekende omstandigheden. De meeste zorgverleners staan ook niet vooraan en hebben het soms zelfs veel minder druk.

Oorlogstaal veroorzaakt stress

Dit soort taalgebruik heeft echter gevolgen voor ons allemaal. Als we als mensen ‘oorlogs’-woorden horen, dan wordt ons gevaarsysteem getriggerd. We gaan in overlevingsstand en zijn bezorgd om onze veiligheid. We voelen ons angstig en onzeker en gaan bijvoorbeeld hamsteren. Voor een deel is deze angst natuurlijk en reëel en helpt het ons om ons aan de regels te houden. Aan de andere kant kunnen we doorschieten in onze reactie. Worden we overmatig bang, zien we geen nuance meer en nemen we geen goede beslissingen. Ons rationele brein wordt als het ware gekaapt door ons emotionele brein. We gaan gekke dingen doen, worden agressief, gaan rellen. Dat hebben we wel gezien na het ingaan van de avondklok.

Oorlogstaal vermindert onze weerstand

Hier speelt het nocebo-effect, het negatieve broertje van het placebo-effect. In beide gevallen krijg je wat je verwacht. In het geval van het placebo iets positiefs. In het geval het nocebo iets negatiefs: door het dreigende taalgebruik worden we onzekerder en angstiger dan nodig is en vermindert ook letterlijk onze weerstand!

Oorlog is geen passende metafoor

De oorlogstaal helpt ons ook niet om beter met het Corona-virus om te gaan: het is geen vijand, die we kunnen verslaan. Virussen zijn nu eenmaal onderdeel van ons ecosysteem en zullen blijven bestaan.

Taal is dus cruciaal

Het zou ons helpen om onze woorden zorgvuldig te kiezen. Dus in plaats van:

Crisis

De strijd winnen

Zorghelden

Social distancing

Ik kan mijn vrienden niet zien

Ik ben gedwongen thuis te blijven

Ongewone omstandigheden

Aan het werk zijn

Deskundige, betrokken zorgverleners

Physical distancing

We beschermen elkaar

Ik ben dankbaar dat ik veilig thuis ben

Dat geeft meteen een heel ander gevoel. We ervaren zo meer grip, meer ontspanning en meer mogelijkheden. Ons lijf staat in de ‘kalme’ stand in plaats van in de gevaarstand. We kunnen zo beter nadenken, zijn creatiever en kunnen elkaar en onszelf steunen in deze bijzondere tijden. En ons immuunsysteem functioneert ook beter.

Het zeilschip als metafoor

De feiten van de epidemie zijn hetzelfde, maar we kunnen er dus beter mee omgaan als we onze woorden zorgvuldig kiezen. Een heel mooi voorbeeld hiervan is het blog van Anniek Baumfalk, Anios Neurologie op de website van de Jonge Dokter. Ze heeft ook moeite met de ‘oorlogsretoriek’ en ziet de zorg nu liever als een zeilschip dat veilig door de storm probeert te varen tot de wind is gaan liggen. Het is daarbij nodig om de zeilen te reven en koers te houden. (We hebben geen GPS, maar we varen op zicht, aldus Rutte). En ook letterlijk een oogje in het zeil te houden: op onszelf en onze naasten.

Dit geldt ook voor hoe we tegen en over onszelf praten! 

Doe je dat op een strenge, kritische, afkeurende manier of op een vriendelijke, begripvolle, ondersteunende manier? Ben jij je eigen innerlijke criticus of coach? Zou je wat je tegen jezelf zegt ook tegen een goede vriendin zeggen?

Wat vertel jij jezelf?

  • Ik ben hier helemaal niet goed in, ik kan niet tegen deze stress.
  • Als ik thuis kom heb ik geen fut meer om de kinderen te helpen met hun schoolwerk, ik ben een slechte moeder
  • Iedereen verwacht dat ik nu de leiding neem, maar dat kan ik niet, daar ben ik echt niet geschikt voor.

Hoe zou dat positiever en aardiger kunnen?

  • Heel veel zorgverleners voelen zich nu net als ik gespannen, het zijn bijzondere omstandigheden.
  • Deze weken vragen veel energie van mij. Het is logisch dat ik de kinderen dan niet meer kan helpen. Ik kan ze wel een knuffel geven.
  • Ik ben aan het leren om een team aan te sturen. Dat vind ik best lastig en dat is ok.

Ook hier geldt dat je gevaarsysteem getriggerd wordt als je kritisch tegen jezelf bent en dat vriendelijke woorden je helpen om in de kalme ‘zorgstand’ te komen.

We wensen je dus heel veel helpende en vriendelijke woorden toe!

Auteur: Marga Gooren

Jouw superkracht tegen negatieve energie

Elke dag heb je als zorgverlener wel te maken met momenten die je negatieve energie geven. Gedoe, sociale isolatie, conflict, een vermoeide collega die onaardig reageert, familie van een patiënt die stennis schopt…. Dat kan je behoorlijk uitputten terwijl het werk door de epidemie al zo zwaar is! Laten we de balans terugbrengen met een verborgen superkracht die we allemaal in ons hebben!

Zorgverleners zijn door hun training erg goed in het opmerken wat er mis is. Die focus op het negatieve is handig voor de patiëntenzorg, maar onhandig als het gaat om de dagelijkse energielekken. Want er gaat ook hel veel goed en dat zie je dan al snel over het hoofd. Je hebt de keus, of je laat je uitputten door die negatieve dingen, of je maakt de keus om een moment te nemen de negativiteit in jezelf op te merken en om te buigen.

Jouw Superkracht
Wanneer je opmerkt dat je geest/gedachten/emoties zich richten op negatieve energie uit je omgeving, boosheid, frustratie, vermoeidheid, zeg dan tegen jezelf: ja, het is waar dat dit er is, EN ik kies ervoor mijn energie ergens anders op te richten. Haal 1 of een paar keer diep adem om je parasympatische systeem te activeren (je lichaam tot rust brengen) en laat het gaan. En wat kan helpen is om te bedenken welk klein vriendelijk ding je voor jezelf (zelfzorg) of een ander kunt doen: dat zal je meteen helpen je beter te voelen.

Auteur: Harriët Messing

TEKEN HET CHARTER VAN COMPASSION FOR CARE

Teken nu

Momenteel hebben mensen het charter getekend