Oordelen kan altijd nog: hoe minder ik vind, hoe meer ik ontdek. – Adriaan van Dis
Een valkuil in gesprekken met zorgvragers is dat we hun verhalen, vaak onbewust, onderbreken, aanvullen en invullen. Zo werkt ons brein, het gaat efficiënt om met informatie. We selecteren wat ons bekend voorkomt en horen onbekende informatie niet of ‘beslissen’ dat het niet relevant is. Als we dit nog eens tot ons door laten dingen, staat hier nogal wat. Wanneer we niet alert zijn en niet goed luisteren, horen we dus eigenlijk vooral de dingen die binnen ons referentiekader passen. Wat een valkuil, duidelijk geen compassie. We willen juist aansluiten bij het referentiekader van de zorgvragers, leren wat hun gedachten en zorgen zijn. Elk contact met zorgvragers steeds opnieuw bereidheid zijn goed te luisteren en onze neiging om in te vullen zo lang mogelijk uit te stellen. Luisteren, kijken, leren, zelf even niet aan het woord zijn.
In praktijk onderbreken we zorgvragers vrij snel in een gesprek, verklaren we zaken of stellen we een gesloten vraag om onze veronderstelling te toetsen. We neigen ernaar onze kennis te snel toe te passen. Daarmee doen we zorgvragers te kort. Stil zijn, luisteren en open vragen stellen over hun bezorgdheid, overtuigingen en houding ten aanzien van hun zorgvraag zijn manieren om de kwaliteit van het gesprek te verhogen. Een onderzoek geeft aan dat we zorgvragers gemiddeld na 12 seconden in de rede vallen. Als we het perspectief van de zorgvrager willen leren kennen is het belangrijk het aantal interrupties zo laag mogelijk te houden en hen uit te laten spreken. Uit ander onderzoek blijk dat het laten uitspreken van de zorgvraag aan het begin van het gesprek slechts 6 seconden meer kost. Kennis om mee aan de gang te gaan en de kwaliteit van gesprekken met zorgvragers te verhogen.




